Haagse Hitte: Het Haagse warmte-eiland in kaart gebracht

Synopsis

De afgelopen jaren zijn verschillende studies verricht naar het warmte-eiland effect in Nederland. Een studie van TNO (TNO, 2012) heeft voor wat betreft Den Haag de toon gezet. Den Haag zou van alle Nederlandse steden het sterkste warmte-eiland effect kennen. Die beeldvorming heeft gezorgd voor een maatschappelijke en politieke bezorgdheid die het vertrekpunt vormt voor dit Haagse Hitte onderzoek van de TU Delft, mede mogelijk gemaakt door de gemeente Den Haag. Bij het onderzoek hebben we ons de volgende vragen gesteld:

  • Is het warmte-eiland effect in Den Haag inderdaad fors sterker dan in naburige steden?
  • Welke stadsdelen van de gemeente Den Haag zijn het sterkst getroffen door het zomerse hitte-eiland effect?
  • Wordt het warmte-eiland effect in Den Haag veroorzaakt door het ruimtegebruik? En zo ja, welk ruimtegebruik legt hier het meeste gewicht in de schaal?
  • In juli 2006 trad er als gevolg van de extreme hitte een verhoogde sterfte op in Den Haag. Is de ruimtelijke spreiding van de sterfte gedurende die maand mede te verklaren aan de hand van het warmte-eiland effect?
  • Is er voldoende aanleiding voor de stad Den Haag om actie te ondernemen ten aanzien van het stadsklimaat? En zo ja, moeten dan bepaalde delen van de stad eerder aangepakt worden dan andere? Welke adaptieve maatregelen moeten we daar nemen om het warmte-eiland effect verminderen?
Methode

Met remote sensing methodes is het warmte-eiland (oppervlaktetemperatuur) en de oppervlakte energiebalans bepaald. Met crowd sensing is de temperatuur in de directe nabijheid van meer dan 200 woningen gevolgd over een periode van twee jaar. Sociale en ruimtelijke factoren zijn in kaart gebracht met satellietbeelden, GIS en 3D-modellen. Met deze gegevens als vertrekpunt zijn de verbanden bepaald tussen warmte-eiland/oppervlakte energiebalans enerzijds en sociale/ruimtelijke factoren anderzijds. Multivariabele regressie analyse is gebruikt om de sociale en ruimtelijke kenmerken te bepalen die van invloed zijn bij het ontstaan van het warmte-eiland en bij de verhoogde sterfte onder ouderen.

De sociale en ruimtelijke factoren zijn verwerkt in de warmtekaarten gezondheid en ruimte. De warmtekaarten en de achterliggende data bieden inzicht in de factoren de Haagse bevolking kwetsbaar maakt voor hittegolven. 

Resultaten

Het onderzoek resulteert uiteindelijk in twee warmtekaarten, een atlas met achterliggende data, en een set adaptatiemaatregelen voor de gebouwde omgeving. Gezamenlijk kunnen deze de stad Den Haag en haar inwoners weerbaarder maken ten aanzien van de effecten van hitte. Een eenvoudige tijdslijn onderstreept dat Haagse hitte vraagt om een beleid van lange adem. 

Conclusie

Is het warmte-eiland effect in Den Haag inderdaad fors sterker dan in naburige steden?

Op basis van gedetailleerde en ook recente satellietbeelden stellen we vast dat het Haagse warmte-eiland effect inderdaad fors is, maar niet ernstiger dan in de rest van de Metropoolregio. Het oppervlakte warmte-eiland in Den Haag is overdag minder versnipperd dan dat van Rotterdam maar niet sterker. Het nachtelijke oppervlakte warmte-eiland staat onder invloed van de Noordzee. In het voorjaar is de zee ‘s nachts koeler dan het stadsoppervlak, in het najaar zijn die verhoudingen omgedraaid. De crowd sensing metingen tonen dat de temperatuur in de direct omgeving van woningen ‘s zomers gemakkelijk boven de 30 graden Celsius uitkomt.

Welke stadsdelen van de gemeente Den Haag zijn het sterkst getroffen door het zomerse warmte-eiland effect? 

In Den Haag speelt de warmte-eiland problematiek vooral in de stadsdelen Centrum (inclusief de Schilderswijk en Transvaal), Scheveningen en Laak (inclusief de Binckhorst).

Wordt het warmte-eiland effect in Den Haag veroorzaakt door het ruimtegebruik? En zo ja, welke ruimtegebruik legt hier het meeste gewicht in de schaal?

Er bestaat een sterk verband tussen het warmte-eiland effect (QH + QS) en het ruimtegebruik in Den Haag. De mate van verharding, het gebrek aan weerkaatsing van zonlicht (albedo), de afwezigheid van groen en oppervlaktewater, schaduw en sky-view, gebouwvolume en de afstand tot de zee zijn factoren die gezamenlijk het warmte-eiland bepalen in de zomer. Er is niet gekeken naar het warmte-eiland effect in een winterse situatie.

In juli 2006 trad er als gevolg van de extreme hitte een verhoogde sterfte op in Den Haag. Is de ruimtelijke spreiding van de sterfte gedurende die maand mede te verklaren aan de hand van het warmte-eiland effect?

In juli 2006 zijn er 60 oudere inwoners (75+) méér overleden in Den Haag dan in een gemiddelde maand juli (periode 2001-2015). In vergelijking met de koele juli van 2007 zijn dat zelfs 93 oudere inwoners méér. We hebben geen lineair verband vastgesteld tussen de ruimtelijke spreiding van 75-plussers per hectare, de gemiddelde leeftijd van de bebouwing, en de som van de voelbare warmte en de bodemwarmtestroom. Clustering van deze aspecten laat wel sterke ruimtelijke verschillen zien qua bovengemiddelde sterfte. In sommige clusters nam het overlijden onder 75-plussers met 40-60% toe in juli 2006 terwijl andere delen van de stad ‘slechts’ een stijging van 0-20% optekenden, of zelfs een daling. De sterkste stijging komt overeen met het gebied met het sterkste warmte-eiland effect (QH+QS). Deze clusters komen vooral voor in Scheveningen, Centrum en Laak. In de stadsranden van Loosduinen, Escamp en het Haagse Hout zijn eveneens selecte gebieden waar in juli 2006 een sterk verhoogde sterfte onder 75-plussers optrad. 

Is er voldoende aanleiding voor de stad Den Haag om actie te ondernemen ten aanzien van het stadsklimaat? En zo ja, moeten dan bepaalde delen van de stad eerder aangepakt worden dan andere? Welke adaptieve maatregelen moeten we daar nemen om het warmte-eiland effect verminderen?

Gelet op de onrust rond de hitte-eiland problematiek, de klimaatvoorspellingen van het KNMI, de forse verdichtingsopgave waar de stad voor staat, de verwachte vergrijzing, en de bovengemiddelde sterfte in juli 2006 is er inderdaad veel aanleiding om de problematiek beleidsmatig aan te pakken. In de stadsdelen Scheveningen, Centrum en Laak speelt de ruimtelijke problematiek het sterkst. Vanuit een gezondheidsoogpunt verdienen selecte gebieden in de stadsrand van Den Haag eveneens aandacht. De studie heeft een zevental acties benoemd gericht op het beteugelen van het hitte-eiland effect:

  • uitfaseren bitumen daken;
  • terugdringen verharding;
  • vergroenen binnenterreinen;
  • koel houden zorggebouwen;
  • monitoren oververhitting woningen;
  • behouden van bufferzones;
  • realiseren van groene iconen.

Deze acties vergen een lange beleidsadem die zich uitstrekt over decennia.

Author Biographies

Frank van der Hoeven, TU Delft, Architecture and the Built Environment

Directeur Onderzoek van de TU Delft Bouwkunde en universitair hoofddocent Urban Design bij de afdeling Urbanism van TU Delft Bouwkunde. Zijn onderzoek richt zich op ondergronds en meervoudig ruimtegebruik, duurzame mobiliteit, hoogbouw, glastuinbouw, klimaatverandering, stedelijke warmte-eilanden, en het gebruik van remote sensing.

Alexander Wandl, TU Delft, Architecture and the Built Environment

Onderzoeker bij de afdeling Urbanism van TU Delft Bouwkunde. Zijn onderzoek richt zich op de integratie van stedelijke vorm, de prestaties en het daarmee samenhangende ruimtelijke beleid door het concept van stedelijke metabolisme, met een ruimtelijke focus op peri-urbane gebieden.

Cover for Haagse Hitte: Het Haagse warmte-eiland in kaart gebracht

Details about this monograph

ISBN-13 (15)
978-9463660037
Date of first publication (11)
2018-02-01
Categories
Rights
Creative Commons License

This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.